Vóór de inval 

 

De Aanloop op de Tweede Wereldoorlog

Nadat Adolf Hitler zich in 1934 tot Führer van het Duitse volk heeft laten uitroepen, beschikt hij als kanselier en staatshoofd over een onbeperkte macht. In 1938 acht hij de tijd gekomen om zijn ambitieuze expansieplannen uit te voeren. De annexaties volgen elkaar in snel tempo op. Wanneer op 1 september 1939 het Duitse leger Polen binnenvalt, verklaren Groot-Brittannië en Frankrijk aan Duitsland de oorlog.Op 10 mei 1940 begint de Blitzkrieg in Nederland, België en Luxemburg.

HET BELGISCH LEGER PARAAT? 

De Duitse legerleiding heeft geen hoge dunk van het Belgische leger. Een Duits generaal die ons leger heeft bestudeerd, denkt er zo over: ‘De Waalse soldaat is handig en verstandig, maar minder hardnekkig dan de Vlaamse die moediger, maar langzamer is. Deze laatste gelijkt immers op de Nederlandse. De soldaten zijn weinig tuchtvol en fysiek zwak en er wordt teveel gedronken. De eenheden van de tweede reserve zijn zwak. De cavalerie en de Ardense jagers zijn waardevolle eenheden. De reserveofficieren en onderofficieren zijn onvoldoende gevormd. De beroepsonderofficieren zijn goed, maar niet erg talrijk. De beroeps-officieren zijn bekwaam, maar bekommeren zich weinig om hun manschappen. De staf is uitstekend. De T13 kan vergeleken worden met een lichte tank. De vliegtuigen zijn verouderd en weinig talrijk’. 

Ons land heeft 650.000 man of ongeveer 8 % van de bevolking onder de wapens. De reservisten van de infanteriedivisies beschikken over een Mausergeweer model 1889 uit de Eerste Wereldoorlog. Antitankkanonnen en mortieren ontbreken en er is te weinig luchtdoelartillerie. Het Belgisch leger kan slechts een 270-tal pantservoertuigen inzetten en twee derden van de beschikbare vliegtuigen zijn verouderd. De Renard 31 bijvoorbeeld kan 290 km per uur halen, terwijl Duitse jagers met een snelheid van 500 km per uur opereren. Contact tussen luchtmacht en grondtroepen is praktisch onbestaande.

 

DE BELGISCHE VERDEDIGINGSWERKEN

Achter de Maas en diverse kanalen zijn voorposten - gemotoriseerde eenheden en wielrijders - opgesteld om de opmars van de vijand naar de dekkingsstelling te vertragen. Daar bevindt zich het gros van het Belgisch leger.

In de dekkingsstelling neemt het Albertkanaal van Antwerpen naar Luik een belangrijke plaats in. Om de 600 meter is een betonnen bunker voor twee mitrailleurs gebouwd. Het fort van Eben-Emael, na Sebastopol op de Krim het sterkste fort ter wereld, kan de bruggen over het Albertkanaal en die over de Maas te Maastricht en Visé onder vuur nemen. De bezetting bedraagt 1200 man. Van Luik tot Namen vormt de Maas een natuurlijke hindernis.

Een tweede stelling, de weerstandsstelling, loopt van Antwerpen via Leuven en Waver naar Namen en wordt door het volk den ijzeren muur genoemd. Dit is de KW-linie, van Koningshooikt naar Waver. De geallieerden spreken van het Dijle-plan. Deze gordel van 80 km bestaat uit betonnen bunkers die verbonden zijn door ondergrondse telefoonlijnen. Naast prikkeldraadversperringen vormen metalen hekkens of een waterloop - de Dijle en de Maas - een antitankhindernis.

Van Antwerpen tot Leuven zal de lijn bezet worden door de Belgen, van Leuven tot Waver door de Britten, van Waver tot Namen door de Fransen. Fransen en Britten rekenen erop dat de Belgen aan de Kanaal-Maasstelling zes dagen stand houden, intussen zullen zij aan de Dijlestelling hun posities innemen.

Door de neutraliteitspolitiek van België, is er vóór de inval geen sprake van samenwerking met de geallieerden. Vóór 10 mei 1940 hebben Franse en Britse bevelhebbers hun Belgische collega’s niet één keer ontmoet.De strikte neutraliteitshouding van de Belgen zal tot absurde voorvallen leiden. Enkele uren nadat de Duitsers ons land zijn binnengevallen, dient de Belgische ambassadeur in Londen een officieel diplomatiek protest in, omdat de Britse legers de Frans-Belgische grens zijn overgetrokken zonder daartoe een officiële uitnodiging te hebben ontvangen.
Op 10 mei, de eerste dag van de oorlog, wordt een eenheid van Montgommery’s 3de Infanteriedivisie de toegang tot België ontzegd. Een lid van de Belgische grensbewaking verklaart dat de Britten eerst voor de nodige documenten moeten zorgen. De Britten rammen de slagboom met een vrachtwagen, waarna ze verder trekken.

  

FRANSE EN BRITSE LEGERSTERKTE

Aan de Duitse grens heeft Frankrijk een onneembare verdedigingsgordel gebouwd. Doordat de Maginotlinie niet doorgetrokken is tot het Nauw van Calais, vraagt de grens met Luxemburg en België om een extra verdediging. Er zijn 75 divisies, samen goed voor ruim 2 miljoen man, gestationeerd.

Het Franse leger is uitstekend uitgerust en beschikt over voldoende artillerie, tanks en vliegtuigen. Maar de Franse soldaat is minder gemotiveerd dan de Duitse en de legerleiding houdt het bij achterhaalde ideeën. In hun strategie is er geen plaats voor verrassingsaanvallen en een snel optreden. Volgens hen zal ook deze oorlog een uitputtingsslag worden.

Groot-Brittannië heeft het British Expeditionary Force (B.E.F.) dat vooral voor operaties overzee is bedoeld, naar Frankrijk gestuurd. Dit expeditieleger bestaat uit ongeveer 450.000 man en beschikt over een uitstekend kader van officieren en onderofficieren. Het is grotendeels gemotoriseerd en wordt gesteund door 456 jagers en bommenwerpers. 

HET DUITSE LEGER

Aan onze oostgrens worden 93 divisies, verdeeld over drie legers, opgesteld. Omdat bij de acties van zelfstandig opererende tankdivisies snelheid, stootkracht en verrassingsaanvallen een belangrijke rol spelen, worden lichte en middelzware tanks ingezet. De Luftwaffe werkt intens samen met de grondtroepen.

 

Naast de intense samenwerking tussen tanks en vliegtuigen is het aanwenden van de holle lading, het zweefvliegtuig, de vlammenwerper en de mitraillette nieuw in de oorlogvoering. Zweef-vliegtuigen die doelgericht kunnen landen voeren luchtlandingstroepen naar strategische punten. Met pontons en opblaasbare rubberboten worden noodbruggen gebouwd. Bij de ‘holle lading’ concentreert de springstof het grootste gedeelte van haar explosiekracht op één punt, met een geweldige vernietigingskracht tot gevolg. Nieuw is ook de handmitrailleur die tot 180 meter draagt en voorzien is van een lader met 32 patronen van 9 mm. 

 

 DE DUITSE AANVALSSTRATEGIE

Het Oberkommando der Wehrmacht heeft een aanvalsplan uitgewerkt, waarin de meeste aandacht gaat naar de inval via Nederland en het noorden van België. Hitler heeft zijn bedenkingen bij het aanvalsplan van het Oberkommando. Hij vermoedt dat de strategie uiteindelijk tot een loopgravenoorlog zal leiden. Von Manstein kan aan de Führer zijn ideeën over de komende strijd in het Westen uiteenzetten. Evenals Hitler opteert hij voor een Blitzkrieg, niet voor een uitputtingsslag. Volgens hem moet het zwaartepunt van de actie ditmaal in het zuiden liggen en bestaan uit een verrassingsaanval en een opmars door de Ardennen. Een nieuw plan wordt door het Oberkommando uitgewerkt. Het wijkt op enkele punten af van von Mansteins visie, maar uiteindelijk zal de operatie grotendeels verlopen zoals deze veldmaarschalk het zich had voorgesteld.